Ha Canali! Wie ben je en wat doe je?
‘Ik ben Canali, 25 jaar. Geboren in Den Haag, op mijn negende verhuisd naar een dorp bij Leiden. Mijn sporen liggen in een dorp vlakbij Antiochië, in het zuiden van Turkije. Het afgelopen jaar woonde ik in Ankara, nu ben ik voor een stage in Antalya. Ik boulder graag en begon dit jaar met padel. En zolang ik aan zee zit, duik ik ’s ochtends en ’s avonds even het water in.’
Wat studeer je precies?
‘Ik doe de tweejarige dubbele master Global and European Transformations. Het eerste jaar aan de Middle East Technical University (METU) in Ankara zit erop. Ik ga straks door aan de Humboldt-Universität in Berlijn. Politicologie, sociologie en verwante vakken lopen er door elkaar. In Ankara koos ik voor internationale betrekkingen, met migratie en energie als thema’s. Identiteit boeit me het meest. Hoe zetten landen en politieke partijen identiteit in voor hun beleid? In twee vakken dook ik in de Turks-Nederlandse diplomatieke crisis van 2017.’
Hoe ziet het typische campusleven eruit?
‘De campus is een stad in de stad. Elke dag lopen er zo’n 25.000 studenten rond, plus 4.000 medewerkers. Ik woonde er, at er, sportte er en zag er mijn vrienden. Er was eigenlijk niets wat ik níet op de campus deed. Op donderdagavond ging ik hardlopen in het bos. Dat is heuvelachtig, je pakt in één ronde zomaar 200 hoogtemeters mee. Na zo’n klim uitkijken over de stad tijdens zonsondergang is een beeld dat me nog lang bijblijft.’
Wat vind je het allerleukst?
‘Nieuwe mensen leren kennen. METU heeft uitwisselingen met universiteiten over de hele wereld. Zo ontmoet je mensen uit veel verschillende landen en culturen, van Tokio tot Den Haag. En natuurlijk ook mensen die net als ik een Turkse of Arabische komaf hebben. De muziek, het eten en de gewoontes van thuis waren ineens weer de gewoonste zaak. Yaprak sarması, een van mijn lievelingsgerechten, stond gewoon op het menu van de faculteitskantine. Een thuisgevoel.’
Welke impact heeft dit jaar op jou gehad?
‘Ik spreek nu veel beter Turks en begrijp de Turkse cultuur beter. Ik had elke week les, in een klasje met maar één andere leerling. Ik begrijp mijn ouders niet alleen beter, ik kan ook makkelijker met hen en andere familieleden praten in één van hun eerste talen. Dat maakte deze studie voor ons samen heel persoonlijk en verrijkend.’